“Na mi dey, na mi dey, na mi dey tide!”, roept een blijde Carlho Wijdh. Woensdagmiddag 190 december is de oprichter van de Godo bank geëerd met een bronzen kopstuk. “Ik ben God dankbaar voor alles wat Hij mij gegeven heeft om Zijn opdracht uit te voeren”, zegt Wijdh. “En dat was de mensen te helpen die geen toegang tot krediet hadden.” Godo is uitgegroeid tot de enige coöperatieve spaar- en kredietbank van Suriname.

 

Publicidade

Het kunstwerk, vervaardigd door Erwin de Vries, staat op een marmeren sokkel, dichtbij de ingang van de bank. Visionair, doorzettingsvermogen, uitstraling, een scherpe neus voor zaken, vastberaden en koppig waren enkele van de beschrijvingen voor Wijdh’s persoonlijkheid tijdens de toespraken op de ceremonie. De onthulling van het kopstuk valt samen met de 43ste jaardag van de bank. “Meestal eren we mensen wanneer ze al overleden zijn. Maar het is bijzonder dat we het vandaag mogen doen”, geeft Edwin Watson, voorzitter van het Godobestuur aan. “We hopen hem nog heel lang in ons midden te hebben want er zit in hem nog een heleboel kennis die we kunnen meenemen.

 

Wijdh, geboren in 1939 in Lelydorp, is van jongs af begaan geweest met het lot van minderbedeelden. Zelf fysiek beperkt heeft hij zich altijd verdienstelijk gemaakt en velen voor zich kunnen winnen met zijn inzet en oplossingsgerichtheid. In 1971 heeft hij de Godo kredietcoöperatie opgericht om de mensen uit de lagere inkomensklassen tegemoet te komen. Zij hadden geen toegang tot de banken om leningen te nemen. In de jaren zeventig was dat door het beleid van de banken niet mogelijk. Wijdh is mede geïnspireerd door pater Weidman, een kredietenvereniging begonnen met 43 leden. Tegenwoordig telt de coöperatie 60.000 leden. De instelling heeft een paar jaar terug groen licht gehad om ook als bank te functioneren.

 

“Mijn beperking heeft mij nooit een minderwaardigheidscomplex gegeven. Anders had ik dit niet gedaan, ik ben nooit in een hoekje gaan zitten. Dat weigerde ik”, vertelt Wijdh. “De Schepper heeft me alles gegeven wat ik nodig had om te doen wat ik moest doen namens Hem.” Godo behoort de gemeenschap toe, benadrukt de oprichter. “Tide na mi dey, na mi dey tide”, lacht Wijdh, met de armen uitgestrekt. “Ik voel me geëerd, ik ben blij. Ik ben God, mijn familie, mijn vrienden de medewerkers en uiteraard de leden van Godo heel dankbaar. Zonder hen bestaat er geen Godo. De leden zijn de eigenaar, niet ik.”

 

Comentar

Comentar