Uitgaande van de huidige situatie in het parlement is de president gerechtigd de noodtoestand af te kondigen. Zeker als er dringende zaken gedaan moeten worden, zoals het behandelen en goedkeuren van de aanvullende begroting om de verkiezingen te houden. Volgens staatsrechtsgeleerde Sam Polanen is dit één van de bevoegdheden die de Grondwet het staatshoofd toekent. Na de buitengewone vergadering van 1 oktober, waarin de president zijn jaarrede heeft gehouden, heeft het parlement niet meer vergaderd.

 

Tot vijf keer toe heeft parlementsvoorzitter Jenny Simons getracht een vergadering uit te schrijven, hetgeen helaas niet tot vergaderen heeft geleid. Reeds drieënhalve maand is er niet in het opbaar vergaderd, terwijl het college regulier elke dinsdag en donderdag vergadert.

 

Polanen is van mening dat de oppositie met haar houding de president in de kaart speelt. “Het valt binnen zijn bevoegdheden om zonder een door DNA goedgekeurde begroting geld vrij te maken om de verkiezing te houden.” Polanen geeft aan dat alle democratische maatregelen door de oppositie worden geboycot. Met haar houding zet de oppositie behalve het reglement van orde van het parlement eveneens de Grondwet aan de kant.

Volgens de staatsrechtsgeleerde kan de president zich op verschillende redenen beroepen. Zo kan het staatshoofd aangeven dat hij de constitutie intact wil houden en de orde wil herstellen, gezien het huidig handelen van de assemblee welke in strijd is met de Grondwet of dat hij de democratie van Suriname wil redden. De president kan zich beroepen op het feit dat de verkiezing in gevaar komt en vervolgens kan hij zelf geld vrijmaken om de stembusgang voortgang te laten vinden.

 

Comentar

Comentar